De bocht achteruit rijden is een bijzondere manoeuvre die vaak lastiger voelt dan recht achteruit rijden. Je moet niet alleen goed kijken, maar ook op tijd sturen en corrigeren terwijl je achteruit rijdt. Het begin is hetzelfde als bij recht achteruit rijden, maar in de bocht moet je extra letten op je rijlijn. Met deze stappen leer je hoe je de bocht rustig en gecontroleerd achteruit neemt.
Bocht achteruit rijden: stap voor stap
Let op: Het begin van deze manoeuvre is hetzelfde als bij recht achteruit rijden.
1. Zoek een goede plek om te stoppen
Zoek een veilige plek aan de rechterkant van de weg waar je kunt stoppen.
Stop ongeveer 50 cm van de stoeprand.
2. Rijd evenwijdig aan de stoeprand
Controleer in je rechter buitenspiegel of je de stoeprand onderin het midden van de spiegel ziet.
Zie je de rand niet goed?
- Maak een inschatting van je afstand
- Kijk weer vooruit om recht langs de kant te blijven rijden
- Corrigeer door een beetje naar de kant of van de kant af te sturen
Controleer daarna opnieuw in de spiegel. Herhaal dit totdat je ongeveer 50 cm van de kant rijdt.
3. Stop de auto
4. Schakel naar de achteruit
Zet de versnellingspook in de achteruit.
5. Controleer goed om je heen
Voordat je achteruit rijdt, controleer je het verkeer:
- Kijk vooruit
- Linker spiegel
- Over je linker schouder
- Rechter spiegel
- Over je rechter schouder
6. Begin rustig met achteruit rijden
Laat de koppeling rustig opkomen tot het aangrijpingspunt en rijd langzaam achteruit.
7. Blijf continu kijken
Tijdens het achteruit rijden blijf je steeds controleren:
- Rechter spiegel (rijlijn controleren)
- Rechter schouder
- Rechter spiegel
- Naar voren
- Binnenspiegel
- Linker spiegel
- Linker schouder
Daarna ga je weer terug naar de rechter spiegel om je rijlijn te controleren. Deze kijkvolgorde blijf je herhalen totdat je de bocht hebt afgerond.
8. Sturen in de bocht
Zie je dat de stoeprand in je spiegel naar de buitenkant van de spiegel verschuift? Dan begint de bocht.
- Stuur rustig naar rechts (de kant waar je naartoe wilt)
- Stuur niet te snel of te veel
- Probeer de stoeprand in je spiegel te houden tussen het midden onderin en de rechter onderhoek van de spiegel.
Zie je dat de rand uit de spiegel verdwijnt? Dan ga je te ver van de stoeprand af en moet je iets meer naar de rand sturen.
Zie je alleen nog tegels en geen rand meer? Dan zit je te dicht bij de stoep. Stuur dan iets van de stoep af om te corrigeren.
9. Na de bocht
Als je de bocht uitkomt, komt de stoeprand weer snel naar het midden van de spiegel. Blijf kleine correcties maken en kijk ver naar achteren om je rijlijn te volgen.
10. Stop na de bocht
Stop wanneer je het begin van de bocht weer kunt zien.
Tip: De sleutel bij deze manoeuvre is rustig rijden en kleine stuurbewegingen maken. Door goed in je rechter spiegel te kijken en op tijd te corrigeren, wordt de bocht achteruit rijden veel makkelijker.
